• Retrospectieve Hubert Malfait (1898 –1971)

    Museum van Deinze en Leiestreek, 25 september – 28 november 2004Op initiatief van conservator Veerle Van Doorne organiseert het MDL een overzichtstentoonstelling van het werk van Hubert Malfait. Het wordt een retrospectieve waarin niet minder dan 138 werken, 116 schilderijen en 22 tekeningen, zullen worden getoond. Meteen wordt dit de omvangrijkste tentoonstelling die ooit van Malfait is samengebracht en het was ook al een tijdje geleden dat zijn werk in een evolutieve samenhang is te zien geweest. Retrospectieves van Malfait werden totnogtoe georganiseerd in het MSK Oostende (1968), het MDL (1973) en het Museum Dhondt-Dhaenens (1991).Het tonen van het oeuvre in de totaliteit van zijn parcours is dan ook de hoofdbekommernis van de conservator, eerder dan het louter bijeenbrengen van de klassieke topstukken van Malfait. Uiteraard zijn er de representatieve topwerken, maar ook werd ernaar gestreefd om via sleutelwerken overgangen te markeren en verder kruisen geregeld interessante a-typische werken het spanningsveld van de coherente stijlevolutie.Het oeuvre van Malfait, die in kunsthistorisch opzicht bij de jongste vertegenwoordigers van de 2de Latemse Groep wordt gerekend, wordt grosso modo onderverdeeld in drie grote stijlperiodes. Debuterend aan de Gentse Academie in een zoekend luministisch realisme zal hij snel aansluiting vinden bij de epische monumentaliteit van Permeke, De Smet en Van den Berghe. Hij deelt met deze protagonisten van wat sinds 1919 het Vlaams Expressionisme wordt genoemd de plastisch uitgewerkte sculpturaliteit van de figuren maar zal vanaf 1925 meer onder de invloed staan van het Franse post-kubisme. De motieven worden vlakker en de compositie wordt ook meer beredeneerd en verfijnd, de kleur wordt tonaal afgestemd of zelfs bijna monochroom. Tegelijk verschijnen dromerige en poëtische attributen die zoals bij Chagall en Tytgat de verbeeldingswereld van het dorp en zijn bewoners evoceren en ook ironiseren. Een gelijkaardige evolutie deed zich trouwens voor bij Gust de Smet. Tegen het einde van de jaren twintig breekt het gesloten schilderijoppervlak plots open en ontstaan bewegingsvolle schilderijen in een lyrisch fauvisme. Stilaan zal tegen midden jaren dertig dit dynamisme gaan verstillen en ontstaan intimistische portretten, genrewerken en stillevens. In de introverte periode van economische crisis en de nabijheid van de oorlog voert een stille stemmingslyriek de voorzichtige boventoon. Kenmerkend is een nauwe band met de natuur en met de arbeid op het veld.Als de oorlog voorbij is explodeert het werk opnieuw, coloristisch en picturaal. Malfait trekt erop uit en zoekt in Europa het licht en de zon op. Bij zijn terugkeer overgiet hij zijn vertrouwde thema's, het land, de boeren en de dieren met intense nieuwe kleuren. Tegelijk worden zijn composities abstracter, vol beweging die weliswaar in een constructief totaalweefsel wordt gevat. Dit constructief picturalisme maakt dat deze derde periode vooral als 'peinture peinture' wordt ervaren en ook nu weer reminisceren de internationale ontwikkelingen die de kunst van de jaren vijftig in de zin van de lyrische abstractie hebben bepaald ook door in de kunst van Malfait. Maar zover als de anderen wou hij niet gaan: 'ik heb de band met de natuur nodig', zei hij.De tentoonstelling wordt begeleid door een stevige catalogus. Hoeveel pagina's die zal tellen is heden nog niet bekend maar lijvig wordt hij in elk geval wel: alle 138 werken worden in kleur gereproduceerd en bij dit oeuvre verschijnt een tekst van Piet Vanrobaeys die naast de evolutielijnen van leven en werk vooral oog zal hebben voor de tijdsgeest en de steeds veranderende contexten waarin de evolutie heeft plaatsgehad.(Piet Vanrobaeys)

  • DAVID SPILLER BLEEF HANGEN IN DE SIXTIES

    Toen David Spiller begin de jaren zestig zijn intrede maakte in de befaamde Slade School of Arts had hij het geluk en de opportuniteit om het Britse popgebeuren van heel nabij te kunnen observeren en analyseren. Gezien hij jonger was dan de meeste popartiesten ontwikkelde hij een totaal andere, eigen benadering van het kleurrijke en experimentele uit de vernieuwende roaring sixties .Geboren in 1942 in Dartford, Kent, kwam hij voor het eerst met kunst in aanraking in 1957 waar hij zijn talent ontwikkelde aan de Sidcup School of Art. Van 1958 tot 1962 kon hij zich vervolmaken aan de Beckenham School of Art, waarna hij de kroon op het werk zette in de eerder genoemde Slade School of Arts van 1962 tot 1965. Het lijkt ons dus evident dat Spiller, een uitgesproken exponent uit de wilde en wereldvernieuwende popcultuur, met Merseybeat, flower power, Carnaby Street, Mary Quant en de onvermijdelijke Beatles, nu nog steeds ‘blijft hangen’ in de sixties, de strips, songs, gadgets en rariteitenkabinetten van toen. Heerlijke tijden blijven bij... De verzamelnaam popart omvat Amerikaanse en Britse kunstenaars die zich op het einde van de vijftiger jaren afzetten van het abstract-expressionisme en maniërisme en werd bedacht door de Engelse kunstcriticus Lawrence Alloway. Deze strekking behoort in de 21ste eeuw nog steeds tot de meest gevolgde en door de kunstliefhebber gekoesterde kunststromingen.Daar waar de meeste van zijn generatiegenoten zich focusten op gebruiksvoorwerpen, massamedia of alledaagse dingen uit de consumptiemaatschappij, verwerkte David Spiller zijn observaties en innerlijke gevoelens van en voor de stedelijke graffiti, als door de lens van de frans/hongaarse fotograaf Brassai (1899-1984), verder beïnvloedt door het vroege werk van Jean Dubuffet en de visie van de Amerikaan Cy Twombly. Gezien David Spiller de hoogdagen van de popcultuur van nabij beleefde is het niet verwonderlijk dat sommige iconen uit deze periode de rode draad bleven in zijn totaaloeuvre. Hij gebruikt deze echter niet in hun oorspronkelijke context of vorm, noch als instrumenten voor het leveren van maatschappijkritiek. Animatiefiguren als Felix the cat en Deputy Dawg krijgen een rol toebedeeld als tastbare figuren met niet enkel hun rijk animatieverleden maar tevens iconografisch ondersteund door de kunstliefhebbers’ herinnering en appreciatie. Daarenboven geeft David Spiller zijn ironische toets door het aanbrengen van gekleurde cirkels en het rasteren van de compositie als ware het een uitvergroting uit een krant of magazine, een techniek die dan weer het effect brengt van een derde dimensie.De meeste zinsneden die in stevige blokletters alle doeken hun eigenheid geven, zijn subtiel gekozen flarden tekst uit onvergankelijke popsongs. De combinatie van die lyriek en de schriftuur van de figuren maken het oeuvre steeds herkenbaar als zijnde een ontboezeming van de eeuwig jonge, revolterende David Spiller, een zestiger die bleef steken in ... de sixties.Spiller behoudt na al die jaren die geniale speelsheid uit zijn beginperiode en de werken in dit boekje brengen een brede waaier van onuitputtelijke inventiviteit in compositie, interesseveld en thematiek, met steeds weer die ondeugende knipoog naar de vernieuwing en openheid die de jaren zestig brachten. David Spiller behoort tot de generatie kunstenaars voor wie de popartbeweging al een gevestigde kunststroming was. Deze groeide op met de visuele wereld van Andy Warhol en zijn Factory die er voor gezorgd had dat alle referenties naar de popthema’s even voor de hand liggend waren als ademen, eten en drinken. In deze reeks schilderijen vind je talloze referenties naar die beginjaren terug. De beelden van Marilyn Monroe, Mickey Mouse, Popeye, Olive, Felix the cat, de Brillo box en het dollarteken blijven onlosmakelijk verbonden aan deze kunststroming en haar onnavolgbare leider Andy Warhol, dus ook in de creatieve geest van Spilller.Juist omdat die referenties zo vastgeankerd zijn aan de popcultuur blijft David ze gebruiken. Hij wil de weg verkennen die Warhol bewandelde om zowel de artistieke als de sociale sensibilisering door de massamedia te ‘manipuleren’ en aldus een kentering te brengen in de levensstijl van zijn generatie.Ook wil hij in zijn oeuvre en gedachtegoed de kunstliefhebber duidelijk maken dat Andy Warhol niet langer behoort tot de hedendaagse kunstenaars en al meer als twintig jaar niet meer onder de levenden is. Hij is er zich wel degelijk van bewust dat deze boude uitspraak hem niet in dank wordt afgenomen en door de meeste kunstliefhebbers angstvallig genegeerd wordt en onaanvaardbaar is. Toch is hij de mening toegedaan dat het zijn taak en die van zijn geestesgenoten is om in dit nieuwe millennium de fakkel over te nemen zonder daarom Warhol van zijn ‘pauselijke’ troon te stoten.Deze ‘rebellie’ uit zich op diverse subtiele wijzen. Zo gebruikt hij in zijn ‘Marilyn paintings’ moedwillig de grove textuur van een immense uitvergroting van een krantenknipsel om emotioneel afstand te nemen van het kwetsbare beeld van de filmdiva. Daarenboven drukt hij haar naar de achtergrond door het aanbrengen van stippen en kleurige cirkels – zowat zijn signatuur doorheen zijn oeuvre – om de kijker te verhinderen zich te focussen op wat in eerste instantie de hoofdsubstantie, de aanzet is van het doek, maar waar hij dat beeld minimaliseert tot achtergrond om onze ogen te dwingen de werkelijke boodschap van het doek te doorgronden. Ook de stripfiguren, het dollarteken en de haast evidente Brillo box krijgen bij Spiller een andere schriftuur en dimensie mee. De sfeer in de kunst van David Spiller is steeds open en uitbundig, maar af en toe overheerst een gevoel van weemoed, een onbestemde vrees voor wat de toekomst brengen kan. Die bezorgdheid wordt dan weer uitdrukkelijk geaccentueerd door fijne, typerende versregels uit onvergetelijke liedjesteksten, die vaak ook tot titel van het desbetreffende werk worden verheven. Toch blijft vooral zijn benadering van de door ons allen gekoesterde stripalbums levensvreugde en geloof in een betere toekomst uitstralen. De bewust vertekende beelden van Disneyfiguren en zijn favoriete Felix the cat, bekrachtigd door oordeelkundig aangebrachte graffiti en doodles (kindertekeningen), brengen een boodschap van liefde en verdraagzaamheid, soms gecontrasteerd door lofzangen over de gedreven rebellie van de werkende klasse, waar hij enorm respect voor opbrengt.Hij nodigt ons uit zijn oeuvre te bekijken met onze menselijke perceptie die het ons mogelijk maakt tegelijkertijd inzicht te hebben op die massale informatie die van overal in onze leefwereld als een constante wordt afgevuurd. Toch ligt het niet in zijn bedoeling ons af te schrikken voor de agressie van de media. Integendeel, hij spoort ons aan in alles het positieve te zien en het doemdenken uit ons leven te bannen.Het werk van Spiller straalt dan ook zowel rust als blijheid uit. Alles wordt gerelativeerd. Zijn doeken zijn één en al lyrisch als een schalkse popsong die je de ganse dag koestert, die je neuriet en die je vrolijk stemt.Als dit bijzonder gevoel nazindert bij het bezoek aan een tentoonstelling van David Spillers oeuvre, dan maak je de narratieve, blijmoedige kunstenaar gelukkig en is hij in zijn opzet geslaagd: de mensheid op een ongekunstelde, optimistische manier vertederen met fragmenten uit de alledaagsheid van haar bestaan...

  • LE MONDE DE MOSHE TAMIR

    Moshe Tamir s’affirme avec une étrange autorité. Il peint au couteau ou à la brosse dure, dans un jeu rapide et nerveux de touches multicolores. Coloriste avant tout, il mène ses toiles tambour battant, nous donnant l’impression de contempler des vitraux, des échelles ou des tentures sacrées aux signes cabalistiques parfois assez proches de l’art inca. Il n’est point « un » abstrait. Toutes ses peintures ont une signification. Il s’agit, selon les appellations de l’artiste lui-même, tantôt de portraits, tantôt de cavaliers, tantôt d’étés indiens, de fauves ou de réquiems pour leSinaï.Avec puissance, il célèbre autant la recherche du temps perdu que le premier couple, le peintre et son modèle, le jeu, l’amour et toujours le bruissement passionné de la vie et la vibration d’un fantastique, ancré dans le passé et porteur d’un message exceptionnel de courage physique, d’espérance et d’optimisme, qui secoue les torpeurs et stimule les énergies.Ont sort de là étourdi d’images inattendues et de coloris somptueux. On subit l’hypnose de ce peintre magicien, qui nous prends dans les rets d’une séduction étrange et chaleureuse.Les couleurs chatoyantes naissent du jeu de touches génereuses de peintures posées verticalement ou à l’horizontale, provoquant une sensation étonnante de vibration, à quoi le souvenir du kaléidoscope et des miroitements de lamelles de verre multicolores n’est pas étranger.On en finirait pas d’évoquer ces fulgurances colorées et ces effets solaires, qui animent toutes ses images à la fois archaïques, irréelles et fantastiques…