• U MOEST ER GEWEEST ZIJN !

    GENTS MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN HEROPENDE MET SMAAK!

     Robert Hoozee kan fier zijn over zijn vernieuwde museum en de kunde en inzet van zijn medewerkers. Na de opfrisbeurt heeft het museum zijn start niet gemist.

    Toen het museum op 26 mei 2007 zij deuren heropende was er niets dan lof over de opfrisbeurt en het meer toegankelijk maken van de zalen. Glans en glorie waren het museum beschoren. De rijke collectie straalde als nooit te voren.

     Nu pakten Hoozee en zijn medecuratoren uit met de kruim van de Britse kunst.

    British Vision’ is een overzicht van twee eeuwen Britse kunst waarin alle grote namen vertegenwoordigd zijn: zoals William Hogarth, Thomas Gainsborough, George Stubbs, William Blake, John Constable, Joseph Mallord William Turner, Dante Gabriel Rossetti, Edward Burne-Jones, Stanley Spencer, Graham Sutherland, Francis Bacon, Lucian Freud.

    Het was decennia geleden dat buiten het Verenigd Koninkrijk een grote overzichtstentoonstelling van Britse kunst te zien is geweest.

    ‘British Vision’ was daarom niet alleen voor België, maar voor heel Europa een primeur.

    De tentoonstelling bracht meer dan driehonderd werken samen uit openbare collecties en privé-verzamelingen in Groot-Brittannië, aangevuld met bruiklenen uit Europese en Amerikaanse musea.

     

    De selectie omvatte schilderijen, beelden, tekeningen, aquarellen, foto’s, boeken en prenten. Deze werken illustreren twee eigenschappen die de Britse kunst kenmerken in de periode 1750-1950: een uitgesproken talent voor observatie van de dagelijkse werkelijkheid en het landschap enerzijds en een fascinatie voor het visionaire anderzijds.

     

    Met ‘British Vision’ werd de heropening gevierd van het gerenoveerde Museum voor Schone Kunsten. De tentoonstelling komt precies tien jaar na ‘Parijs-Brussel/Brussel-Parijs’ dat het Gentse museum organiseerde in samenwerking met het Parijse Musée d’Orsay.

    ‘British Vision’ zal zeker dezelfde weerklank krijgen als deze succesrijke tentoonstelling uit 1997.

    Voor het Europese publiek was ‘British Vision’ een langverwachte gelegenheid om de Britse kunst beter te leren kennen en de nieuwe museumzalen vormden voor deze tentoonstelling het ideale kader. Het getoonde overzicht omvatte werkelijk topstukken uit de Britse kunstgeschiedenis. Door de originele benadering en de sterke focus wist ‘British Vision’ niet alleen het grote publiek, maar ook de kenner te bekoren.

     

    De tentoonstelling werd samengesteld door Robert Hoozee, directeur van het Museum voor Schone Kunsten, met het advies van drie prominente Britse kunsthistorici, John Gage, Timothy Hyman en Andrew Dempsey.

     

    In deze tentoonstelling werden twee van de meest typische kenmerken van de Britse kunst centraal gesteld: de observatie en de verbeelding. Aan de hand van deze twee eigenschappen werd niet alleen het unieke karakter van de Britse kunst verkend, maar ook haar bijdrage aan de ontwikkeling van de beeldende kunsten en de evolutie van het modernisme in deze periode.

    De Britse zin voor observatie komt vooral tot uiting in de landschapschilderkunst, met John Constable en William Turner als boegbeelden, in de aquareltraditie, in de detailrealistische voorstellingen van de Prerafaëlieten en in het confronterende realisme van moderne kunstenaars als Walter Sickert, Stanley Spencer, Francis Bacon en Lucian Freud. Met hun gave om minutieus te observeren hebben Britse kunstenaars het ontstaan van de eerste moderne maatschappij in Europa – met de ontwikkeling van de industrie en het verschijnen van de moderne stad – nauwgezet gedocumenteerd.

     

    Dit talent voor observatie ligt eveneens aan de basis van de typische zin voor humor en het groteske in de Britse kunst en aan het werk van de grote Britse satirische kunstenaars, zoals William Hogarth, James Gillray of Thomas Rowlandson. Dit luik van de tentoonstelling illustreert dan ook niet alleen de nuchtere en zakelijke houding in de Britse kunst en de dialoog tussen kunst en wetenschap, maar ook de Britse zin voor satire en sociale kritiek. Daarnaast is er de Britse neiging tot het visionaire en het extreme.

    Opvallend veel Britse kunstenaars hebben zich verdiept in literatuur en filosofie om met hun kunst de grote mythes en legenden van de mensheid in beeld te brengen of om zelf persoonlijke mythologieën te ontwikkelen. In hun werk zoeken ze het mysterieuze, het poëtische of het extreme.

    Tot de visionairen behoren onder meer William Blake, Henry Fuseli, Richard Dadd, John Martin en de Prerafaëlieten, maar ook moderne kunstenaars als Paul Nash, Stanley Spencer en Francis Bacon. Observatie en verbeelding zijn overigens niet steeds van elkaar gescheiden. Bij sommige kunstenaars, zoals J.M.W. Turner, William Holman Hunt of Stanley Spencer vormen ze immers een krachtige synthese.

     

    Deze twee lijnen, de observatie tegenover de verbeelding, vormden de rode draden doorheen de tentoonstelling. Ze doorliepen verschillende zalen gewijd aan de uitbeelding van de moderne maatschappij, de interpretaties van het landschap en de kunst met een mythische dimensie. Hierbij werd expliciet gefocust op die aspecten die de Britse kunst zo origineel, herkenbaar en aantrekkelijk maken voor zowel het eigentijdse publiek als voor hedendaagse kunstenaars en beschouwers. De invalshoek die voor ‘British Vision’ werd gekozen, maakt het mogelijk om vergelijkingen te maken over de eeuwen heen. Zo wordt William Blake met Francis Bacon geconfronteerd en William Hogarth met David Hockney. Bovendien laat deze invalshoek toe om ook minder bekende domeinen te belichten, zoals het groteske, de tekenkunst of het figuratieve modernisme.

     

    Deze tentoonstelling wou een aantal diepere krachten zichtbaar maken die aan de basis liggen van de Britse kunsttraditie. Naast de bekende protagonisten komen daarom ook minder bekende kunstenaars aan bod.

     

    Wie deze unieke tentoonstelling aan zich liet voorbijgaan haalt ongelijk!

     

    CATALOOG:

    British Vision Observatie en verbeelding in de Britste kunst 1750-1950 Mercatorfonds 24 x 31,4 cm, ca. 442 pp, ca. 350 illustraties Nederlandstalige editie – € 40