•  

    Pol Van Assche (1894-1968)

    Dit jaar is het precies 40 jaar geleden dat kunstschilder en musicoloog Pol Van Assche ons ontviel. Een bijzonder man die heel wat betekende in de Latemse kunstwereld. Hij leefde armoedig, maar verf was belangrijker dan brood op de plank.

    Hoewel hij het moeilijk had om de eindjes aan elkaar te knopen, bleef hij steeds minnelijk en kon hij op zijn vele vrienden rekenen om bij kwade momenten steun te vinden.

    Als scholier heb ik, door de vele gesprekken, enorm veel van hem opgestoken over muziek en schilderkunst en ben ik gekomen tot wat ik wou: schrijven over kunst en cultuur.

    Met deze biografische 'opfrissing' wil ik die gulle mens en creatieve (soms vergeten) kunstenaar eren:  

     

    Op 21 december 1894 geboren in de schaduw van de St-Michiel en Goedele te Brussel groeide hij op in Watermaal-Bosvoorde. Zijn vader Piet Van Assche was een gewaardeerde journalist, schrijver en dramaturg. Naast toneelstukken schreef hij enkele boeken waaronder “De Waanzin van Hugo van der Goes”.

    Pol Van Assche studeerde piano- en muziekgeschiedenis, maar volgde tevens avondlessen aan de Academie te Elsene en was bevriend met Tytgat, Brusselmans, Wolvens en Oleffe.

    In 1920 huwde hij Margaretha Stoops, een schitterende, klassiek geschoolde Antwerpse zangeres en muzikante.

    Ze woonden geruime tijd in Villefranche-sur-Mer, waar ook hij musiceerde, maar vooral schilderde. Pol werd er bevriend met de befaamde Franse musicus Paul Ducas.

    In 1937 vestigde het gezin zich in Sint-Martens-Latem. Eerst aan de Kapitein Maenhoutstraat en later aan de Koperstraat 24, naast het vroegere ‘Schildershuisje’, waar Léon De Smet ooit zijn atelier had, maar waar toen Georges Chabot woonde. Als schilder werd hij helemaal niet beïnvloed door de ‘Latemse Groepen’ maar eerder door... de Chirico. Hij wou echter geen naloper zijn en ontwikkelde een persoonlijke, hem heel eigen stijl.

    Visionaire kunst gedragen door eenzaamheid en melancholie maar helemaal niet droevig, zoals critici soms beweerden. Zijn somber kleurenspel was zuiver en eerlijk. Hij ‘musiceerde’ zijn kunst met zijn hem eigen toonaarden en grijswaarden. Vrienden en kunstkenners noemden zijn oeuvre “een evocatie van eenzaamheid en stilte”.

    Waar hij tot zijn komst naar Latem sfeervolle, zonnige Zuid-Franse landschappen en vegetaties schilderde, worden in de jaren vijftig zijn taferelen grauwer. Geen sombere tragiek noch uitzichtloosheid, maar een boodschap naar de liefhebber die het wou begrijpen. Veelal ontwaart men in zijn werk een religieuze invloed en de emotie van een uiterst sociaal voelend en integer man.  Ondanks zijn betrekkelijke armoede was hij een man met grote burgerzin en aandacht voor zijn medemens. Over zijn kleurenpalet ze hij: “Kleuren moeten zingen, klanken voortbrengen. Nu eens brengen ze energie om dan zachtjes uit te deinen op zoek naar rust”. Dit was de filosofie die hij me bijbracht tijdens onze bijna dagelijkse busrit naar Gent, waar hij vaak zijn vrienden Eduard en Nelly De Clercq en de familie Vyncke-Van Eyck bezocht.

    Samen met Jan Van Holder en Hugo Van den Abeele was Pol een vlotte causeur, die mij heel wat levenswijsheid meegaf en in wiens gezelschap ik als jonge atheneumstudent graag vertoefde. Het beeld van Pol en zijn trouwe hond, Flossie, zal mij steeds bijblijven.

    Pol had het nooit breed maar verf ging toch steeds voor op brood. Voorbestemd om een muzikale carrière uit te bouwen, koos hij voor de schilderkunst, hierbij gesteund door zijn echtgenote, die na de geboorte van hun dochter Hilde haar carrière opofferde voor het gezin.

    Ondanks alle tegenspoed, ziekte en leed was hij steeds vrolijk gezelschap, nooit om een kwinkslag verlegen. Na de dood van zijn vrouw (1958) vond hij troost in de muziek.  

     

    De laatste jaren van zijn leven schilderde hij omwille van zijn slechtziendheid helemaal niet meer. Hij gaf zijn ‘gewoontes’ niet op en bleef trouw zijn buren en zijn vrienden opzoeken.  Met zijn hond wandelde hij vaak door het dorp, bezocht het graf van zijn vrouw en verpoosde dan op de bank aan het kerkhof. Hij maakte graag een praatje met toenmalig pastoor Melchers, ging op bezoek bij de ‘juffers’ Jacquaert en Van Torenburg of bij Robert en Marcelle Demeter en zijn goede vriend en buur, schilder en kunstcriticus Georges Chabot.

    Hij was een fiere man en kon zijn geluk niet op toen een van zijn schilderijen door Koningin Elisabeth van België werd aangekocht.

    Hij overleed op 22 januari 1968 in een rusthuis te Deinze.

    In 1984 brachten het gemeentebestuur en de Latemse Kunstkring een huldetentoonstelling in De Latemse Galerij.

    Zijn werk bevindt zich in talrijke privé-collecties en musea in binnen- en buitenland.