• DON KEN in ART DEPOT te BONHEIDEN

     

    Don Ken, vroeger zeer actief als reclamefotograaf, focust zich al geruime tijd op zijn typische kunstwerken waarmee hij meer en meer greep op de internationale kunstmarkt krijgt.

    Don Ken is met de Brit David Spiller een van de weinige kunstenaars die tekenfilmfiguren van Walt Disney en Warner Bros in zijn schilderijen mag gebruiken.

    Maar dat betekende ook dat hij elk werk moest voorleggen aan de Disneystudio's, wat een enorme rompslomp was. Sinds kort kan het echter zonder licentie of inmenging van de Amerikaanse studio. Als je die stripfiguren in een totaal andere context gebruikt, creëer je een nieuw kunstwerk en daar is juridisch geen speld tussen te krijgen. Dat is wat in het vakjargon beschreven wordt als de essentie van ‘appropriation art’ of in ‘mensentaal’ kunst waarin je een figuur overneemt maar het je niet toe-eigent.

    Don Ken neemt de figuurtjes niet zomaar over. Hij schildert en beschildert ze, zet er teksten en opmerkingen op en rond, plaatst ze op felkleurige, opvallende achtergronden en voegt er slagzinnen aan toe als Fun is beautiful , Don't worry , I still don't know what makes me crazy tot Fun is important .

    Don Ken is de artiestennaam van Donald Verslycken. Don Ken is dus de afkorting van zijn voornaam en van de laatste drie letters van zijn familienaam.

    Hij was al geruime tijd gepassioneerd door popart. Een decennium geleden bracht hij voor het eerst stripfiguren in zijn schilderijen.

    Het zal niemand verwonderen als de kunstenaar Andy Warhol een van zijn grote voorbeelden noemt. Hoewel Don Ken’s oeuvre veel speelser is kan het die ontegensprekelijke invloed van de ‘grootmeester’ enkel beamen en benadrukken.

    Een popartkunstenaar zoekt zijn onderwerpen in het dagdagelijkse. Overal in het moderne stadsbeeld zijn bijvoorbeeld merknamen uit de reclame en afbeeldingen van filmsterren te zien. Deze beelden zijn de symbolen van welvaart. Een popartartiest betrekt deze banale dingen in de kunst om ze te vervreemden, te ironiseren of te ‘iconiseren’. Kijk maar naar het oeuvre van een ander Belgisch kunstenaar als Geert Nys, die symbolen en/of merknamen op een totaal andere leest schoeit en een eigen leven laat leiden.

    Deze stroming (popart) wordt door de ‘kenner’ meestal een reactie op het abstract-expressionisme genoemd, een strekking waar de onderliggende emotie primeert.

    Popart is echter eerder een levensstijl, een zekere ‘nonchalance’ of beter nog, een veruiterlijking van de dagdagelijkse waarnemingen die het oog prikkelen en er in gebrand blijven.

    Don Ken was in zijn ‘early years’ zowat de ‘huisartiest’ van de Robinson Art Gallery in Knokke. Een galerie die hem de kans gaf zich te ontwikkelen, te ontbolsteren. Ook buiten België verzamelde Don Ken een schitterende palmares. Hij stelde tentoon in Amsterdam, Singapore, Milaan en Parijs. Ook in de Verenigde Staten heeft hij al een aardige reputatie opgebouwd en exposeerde daar o.m. in New York.

    De kunst van Don Ken is speels en precies daarom kent ze succes en blijft ze het publiek boeien en vrolijk stemmen.

    Waar? Art Depot, Dorp 31, Bonheiden, info@artdepot.be

    Wanneer?  8 januari tot 28 februari 2010 – Openingsdrink,  zondag 10 januari vanaf 15 uur.

    Open? Vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur. Tel. 0486 65 56 85

    don ken

     

  • Voorstelling dichtbundel en cd ‘Het holst van de lente’ van Lut De Block

    Op donderdag 14 januari 2010 om 20 uur stellen de de Provincie Oost-Vlaanderen, de Provinciale Landbouwkamer en Lut de Block de dichtbundel en de cd ‘Het holst van de lente’ voor.
    Deze voorstelling vindt plaats in het Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent.
    Met de aanstelling van een plattelandsdichter willen de Provincie Oost-Vlaanderen en de Provinciale Landbouwkamer voor Oost-Vlaanderen via poëzie de diverse boeiende en verrassende facetten van het Oost-Vlaamse platteland op een originele wijze belichten.
    Lut de Block, plattelandsdichter Oost-Vlaanderen, schreef in 2007-2009 acht gedichten over het platteland. De dichtbundel verschijnt als kroon op het werk van de eerste plattelandsdichter van Oost-Vlaanderen.
    Met GeheugenkaartKluisbos in januari, Mei, Weldendreef, Solstitium, Een bijzondere dag, Wat het Lieveken zich herinnert en Winterjaarmarkt te Sint-Lievens-Houtem levert Lut de Block een uitmuntende reeks plattelandsgedichten af.
    Deze bundel bevat ook een cd met de gedichten door Lut de Block zelf ingelezen.
    De Provincie koos één van de gedichten uit voor haar nieuwjaarskaart.
    Programma
    • Verwelkoming door gedeputeerde Alexander Vercamer, bevoegd voor Landbouw en Platteland
    • Eric de Beck interviewt Lut de Block
    • Stefaan Smagghe en Dirk Moelants spelen viool en gamba
    • Gastdichter Marije Langelaar leest voor
    • Lut de Block leest voor uit ‘Het holst van de lente’
    • Overhandiging dichtbundel
    Eric De Beck is een cultuurwetenschapper, publiceerde verscheidene essays en recensies over literatuur en is fan van de poëzie van Lut de Block.

    Stefaan Smagghe is violist en beeldend kunstenaar en speelt o.m. barokviool bij Sigiswald Kuijken in La Petite Bande. Dirk Moelants is doctor in de musicologie, speelt gamba en is gespecialiseerd in oude én hedendaagse muziek.
    Marije Langelaar is dichter en beeldend kunstenaar. Ze is Nederlandse maar woont in Ronse. Lut de Block selecteerde haar voor ‘Nooit te vangen met haar eigen pen’ (Poëziecentrum 2005), een bloemlezing met 200 gedichten waarin de vrouwelijke stem aan bod komt.

     

    Aansluitend is er een nieuwjaarsreceptie aangeboden door het Poëziecentrum.
    Inschrijven is verplicht voor 12 januari 2010 via www.plattelandsdichter.be(rubriek ‘evenementen’ in de rechterkolom).
    De pers en het grote publiek zijn welkom.
    Inlichtingen:
    Gedeputeerde Alexander Vercamer
    Gouvernementstraat 1, 9000 Gent
    tel. 09 267 82 33
    en
    Provincie Oost-Vlaanderen
    Dienst Landbouw en Platteland
    Seminariestraat 2, 9000 Gent
    tel. 09 267 86 70
    plattelandsdichter@oost-vlaanderen.be.

    lut de block

     

     

  • Belgian Popart van Bert Prins in duo met Anselma Buelen

     

    Bert PRINS    -     Belgian Pop Art


    Praktisch:

     Wat :        Tentoonstelling hedendaagse schilderkunst

    Duo tentoonstelling met Anselma BUELER (Idealistisch Expressionisme)

    Genre:      Pop Art

                    Werken Acryl op doek

    Wie :                Bert PRINS (1951)

                    Woont en werkt in Halle-Zoersel (Belgïe)

    Waar:       GALERIE LUDWIG TROSSAERT

                    Museumstraat 29, ANTWERPEN

    Wanneer: 8 januari – 30 januari 2010

                    Van woensdag tot zaterdag van 14u tot 18u

    VERNISSAGE:   

    Op vrijdag 8 januari 2010 om 19u

    NOCTURNE:      

    Donderdag  21 januari  om 19u

    INLEIDING:      

    Dhr. Paul Houwen

    (acteur, regisseur, scenarioschrijver en dramaleraar)

    INTERVIEW:    

    Interview met de kunstenares is mogelijk na afspraak met de galerie.

    CATALOGUS :    bladeren of downloaden via  http://en.calameo.com/read/000062612b8c290a4f75b

    WEBSITE :         http://www.galeries.nl/galerie.asp?galnr=3093

    BESCHRIJVING:

    Bert Prins vertegenwoordigt op zijn eigenzinnige manier een stroming die we nog het best kunnen omschrijven als Belgian popart. 
    De tentoonstelling die Galerie Ludwig Trossaert organiseert brengt dit werk terecht in de belangstelling, want buiten Roger Raveel is deze kunstrichting in België nooit echt enthousiast bediend geworden.

    De inspiratie die aan de basis ligt van het werk van Bert Prins (1951) is zijn dagelijkse biotoop. Zijn vrienden, familie, vakantie, TV programma’s en ook kranten staan model en leveren zich over aan de vivisectie van zijn penseel. Van deze dagdagelijkse indrukken gaat hij de beelden die op zijn netvlies zijn verankerd of fotografisch vastgelegd, vergroten tot de afmetingen van het canvas waarbij hij de overtollige pixels laat wegvallen en vervangt door grote kleurenvlakken. Deze vlakken bepalen sfeer en dramatiek van het beeld.

    Het is een leuk experiment: een foto van een werk van Bert Prins steeds maar verkleinen om dan te ontdekken dat zich bijna een perfecte foto vormt van wat de kunstenaar in gedachten had.
    De geschiedenis van het onderwerp gereconstrueerd. Niet het inzoomen op het onderwerp verklaart het werk, maar juist afstand nemen van wat op het doek gebeurt.
    De kijker moet van ver toeschouwer worden van het tafereel dat de kunstenaar heeft gezien, letterlijk afstand nemen van de vervormde waarneming en het originele beeld zelf in zijn fantasie herstellen.

    Op het doek is het beeld bijna vloeibaar, de kleurpartijen schuiven zonder contouren in elkaar als vlekken olie op het wateroppervlak. Het drama zit in de eenzaamheid die de personages omringen omdat hun ondersteunende omgeving werd herleid tot een paar golvende kleurvibraties die hen geen houvast meer bieden. De dreiging zit in de statische beweging, het snapshot  van een heftig onderbroken tafereel :  een fractie van een seconde voor de kogel werd afgevuurd, het korte moment waarop je beseft dat de aandenderende vrachtwagen je zal overrijden en je niet meer kan ontkomen.

    Het werk van Bert Prins wordt geconfronteerd met het Idealistisch Expressionisme van Anselma Bueler. Een rijke ervaring!

    Nog te zien tot eind januari 2010 in Galerie Ludwig Trossaert in Antwerpen

     bertprins

     

  • Galerie Ludwig Trossaert in Antwerpen toont Bueler

     

    Anselma BUELER

    Idealistisch  Expressionisme

     

    PRAKTISCH

     

    Wat : Tentoonstelling hedendaagse schilderkunst

             Duotentoonstelling met Bert PRINS' popart)

    Genre : Idealistisch Expressionisme

               Olie op doek

    Wie :    Anselma Bueler (1970)

               Woont en werkt in Den Haag (Nederland)

    Waar : GALERIE LUDWIG TROSSAERT  

               Museumstraat 29, ANTWERPEN

    Wanneer : 8 januari – 30 januari 2010

                    Van woensdag tot zaterdag van 14u tot 18u

    Inhoudelijk:

    In onze belevingswereld gaan idealen zo op in de realiteit dat ze welhaast onzichtbaar zijn. Met haar werk wil Anselma Bueler juist deze idealistische kant van het leven benadrukken. Mensen verlangen naar oneindigheid en doen er alles aan om binnen de veranderende mogelijkheden een moment van gewichtloosheid te ervaren. In dat streven kom je bruikbare en onbruikbare elementen tegen, laat je ideeën vallen en bewaar je verhalen die van tijd tot tijd weer opduiken, soms met een ander gezicht. Er is een kwetsbaar evenwicht en meteen ook een wisselwerking tussen de buitenwereld en de passie van binnenuit.

    Bueler heeft lessen gevolgd bij diverse kunstschilders, onder andere een aantal jaren aan de Vrije Academie in Den Haag, maar noemt zichzelf bovenal autodidact. Haar idealistisch expressionistische stijl geeft haar de speelruimte om idealistische en realistische facetten van het leven met elkaar te verbinden. Een explosief lijnenspel en overlappende kleurvlakken scheppen de gemoedstoestand waarin de figuren zich ophouden. Kleurvlakken lijken te schuiven in plaats van vast te liggen, de toeschouwer ziet figuren die hun draai zoeken te midden van de beweging om hen heen. We zijn onmiskenbaar ergens mee bezig, vaak zonder te weten wat dat ‘ergens’ is. We tasten af.

    En dan zijn er ineens momenten dat alles op zijn plaats lijkt te vallen. Het badwater heeft echter korte tijd de gezochte aangename warmte en soms zien we door het schuim de diepte niet meer. We gaan weer verder. In sommige werken zie je dat balansmoment, even is er rust en ruimte, in andere werken zijn er uiteenlopende emoties te zien. Zo kan een figuur opgelucht losbreken en gehavend zijn tegelijkertijd, of ingetogen en gepassioneerd zijn door elkaar heen.
    Het zijn beelden van de volheid van het bestaan. Van deze mengeling van melancholie en levenslust gaat een magnetische werking uit.

    VERNISSAGE : Vrijdag 8 januari om 19u

    NOCTURNE :   Donderdag  21 januari  om 19u

    INLEIDING :   Dhr. Cor  GOUT, (Neerlandicus, filosoof,                         schrijver en programmamaker voor radio                         en TV)

    CATALOGUS :   

    bladeren of downloaden via http://en.calameo.com/read/000062612f46abe623cec

    WEBSITE :          
    http://www.galeries.nl/galerie.asp?galnr=3093

     

    anselma


     

     

  • Guy GIRAUD in ROSSI CONTEMPORARY te Brussel

     

    Guy Giraud is al ruim bekend in een kring van amateurs als één van de meest scherpzinnige Franse neo-conceptuele kunstenaars van de jaren 90.

    Na verschillende jaren van zowel vruchtbaar als geïsoleerd onderzoek, komt deze kunstenaar vandaag naar buiten met een fotografisch werk dat baadt in de kalmte en de rust waarmee hij zich wou omringen, ver van de schijnwerpers, ver van de kunstwereld.

     

    <Beetje bij beetje, zonder dat ik mij ervan bewust was, heeft de fotografie zich in mijn leven geïnstalleerd om een dagelijkse en centrale praktijk te worden en dat sinds 5 jaar. De omstandigheden, mijn levenswijze van toen waren voordelig bij de ontvangst van dit medium. Ik heb het laten gebeuren. Kwestie dus van openheid, van smeedbaarheid, meer dan rationaliteit>.

     

    Rossicontemporary presenteert de eerste tentoonstelling van deze beelden. Wij zijn trots u deze prachtige natuurbeelden alsook een huiselijke microkosmos van bloemen, planten en weerspiegeling van licht op stoffen, fluweel, glas en porselein te kunnen tonen.

    Deze beelden ontvouwen zich op natuurlijke wijze in harmonieuze sequenties (maar de visuele shock steekt hier en daar de kop op). Ze lijken zich samen te stellen voor onze ogen en voor onze oren als een intieme muziek die de eeuwige wedergeboorte aankondigt, geheim en intens, van de natuur en van de dingen.

    ‘Dans la Chute, la Lumière’, zegt Guy Giraud, die zijn kunst graag voedt met filosofische lectuur van Nietzsche en Debord tot en met de ‘Cinq méditations sur la beauté’ van François Cheng:

    <Ik ben aandachtig voor wat in het beeld opduikt door de keuze van de cadrage. Het verknippen van de realiteit laat ons zien wat we normaal niet waarnemen en wat paradoxaal gezien nochtans zeer familiair is. Bijvoorbeeld in de foto van de Japanse lelies (foto die gebruikt werd voor de uitnodiging, nvdr) wat in deze constructie belangrijk is, zijn de krachtverhoudingen tussen de lijnen, vormen die overhangen, zich ontvouwen, zich buigen, mekaar raken en met mekaar in conflict komen . Een sensuele veldslag.

    Tussen ik  als ‘mens’ en de dingen die ik wil tonen, probeer ik een zekere schaalverhouding en poëtiek, mij eigen, in te brengen. Ik bewonder poëtische en filosofische kunstenaars die rondneuzen in het kleine, de geduchte “micrologen” zoals de filosoof Peter Sloterdijk hen noemt, want ze kunnen veel met heel weinig en ze creëren grote ruimtes op een speldenkop>.

    De 30 oplages van 60 x 90 cm die worden tentoongesteld, zijn te verkrijgen als uniek exemplaar, op barietpapier gekleefd op aluminium en vergezeld van een certificaat, maar ook als editie van 9 exemplaren op Bondpapier 220 gr., genummerd, gestempeld en gesigneerd door de kunstenaar.

    De tentoonstelling :

     ‘Guy Giraud. Dans la chute, la lumière’

    Rossicontemporary, Brussel   

    www.rossicontemporary.be

    loopt tot 16 januari 2010

    OPEN:

    VRIJ 18 december 2009, 1-5 PM

    ZA 19 december 2009, 2-6 PM

    ZA 26 december 2009, 2-6 PM

    ZA 2 januari 2010, 2-6 PM

    Parking: "Q Park Inno-Bascule" op de chaussée de Waterloo, op 30 meter van de galerie.

    PDF'S van de tentoongestelde werken zijn beschikbaar op aanvraag.

    Andere dagen op afspraak, zie informatie op de website.

     DetailLeftWall

     

  • MDD: Banks Violette en Cie blijven Deurle boeien


    MDD MUSEUM DHONDT-DHAENENS

    BANKS VIOLETTE (USA)
    De kille en minimalistische beeldtaal die Banks Violette (1973 New York) gebruikt, verwijst naar de donkere kant van de Amerikaanse cultuur zoals de gothic scene, satanische rituelen, deathmetal,... Zijn installaties insinueren geweld, agressie en het excessieve, zonder in anekdotiek te vervallen. Ze worden beleefd als settings of decors die een desolate sfeer oproepen, alsof er een gewelddadige actie of performance heeft plaatsgevonden. De bevreemdende sfeer wordt versterkt door het materiaalgebruik en de ruimtelijke ingrepen. Aan de hand van projecties, sculpturen en ruimtelijke installaties zal Banks Violette de tentoonstellingsruimte van het MDD vullen met een beklijvende spanning, zo een duistere en abstracte interpretatie makend van onze westerse cultuur.


    019_BANKS_HR


    SOPHIE RISTELHUEBER (FR)
    De Franse kunstenaar Sophie Ristelhueber (1949 Parijs) gebruikt het medium fotografie voor een onderzoek naar onze realiteit, die totaal verschilt van de bedoelingen van journalisten en fotoreporters. Voor haar werk zoekt ze regelmatig broeihaarden van onze hedendaagse samenleving op, zoals Beiroet of Koeweit. Veel meer dan een louter presenteren van de werkelijkheid, gaat ze via haar werk een onderzoek voeren naar de sporen van menselijke aanwezigheid, naar de constructieve en de destructieve krachten, naar observatie en representatie van de betekenis van wat gefotografeerd wordt. Voor het tentoonstellen van haar werk kiest Sophie Ristelhueber steeds resoluut voor een fysieke beleving van haar beelden, dit door het formaat, de reproductietechniek en de manier van presentatie.

    NARCISSE TORDOIR (BE)
    De Belgische kunstenaar Narcisse Tordoir (1954 Mechelen) herdenkt permanent de betekenis van schilderkunst. Zijn werk laat zich niet terugvoeren tot een onveranderende en statische beeldtaal, maar is integendeel steeds op zoek naar nieuwe bronnen, andere mogelijkheden. Zijn recent werk bestaat uit composities, vaak op zeer groot formaat, waarin allerlei elementen en figuren samenkomen. Meestal ontstaan ze uit foto's, tekeningen en zelfgemaakte ensceneringen in het atelier. In zijn schilderijen maakt hij ook onder meer gebruik van zeefdruktechnieken, airbrush en drippings, die samen een complex visueel spel creëren.

    Van13/12/2009
    Tot14/02/2010

    Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, 9831 Deurle

    info: www.museumdd.be 


  • DEURLE: Waaier huisartiesten bij Grusenmeyer Art

     

    GRUSENMEYER ART GALLERY

    Marie-Paule Grusenmeyer sluit het werkjaar 2009 af met een rist succesvolle, inventieve huisartiesten:


    'ARTISTS OF THE GALLERY'

    Jonathan Callan, Willy De Sauter, Ben Dierckx, Géreldine Gliubislavich,
    Jus Juchtmans, Amparo Sard, Mathieu V. Staelens, Egill Saerjörnsson,
    Tinus Vermeersch

    preview 13.12.09 van 11 tot 15u.

    tentoonstelling van 13 december 2009 - 14 februari 2010

    (gesloten van 20.12.09 t/m 06.01.10)
    open do. vr & za. van 14 tot 17u.
    GRUSENMEYER ART GALLERY
    Museumlaan 16, 9831 Deurle, België
    T. +32 9 282 77 93
    www.grusenmeyerart.be

    Van13/12/2009
    Tot14/02/2010

     

    callan

  • DE 7 SACRAMENTEN BLIJVEN NOG EVEN IN LEUVEN

    Van der Weydens topstuk De Zeven Sacramenten blijft, samen met enkele andere belangrijke werken uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, nog tot na de renovatie van het Antwerpse museum in 'museum M' in Leuven.

    Ook de acht retabels die deel uitmaken van de tentoonstelling Reünie, Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens blijven zolang in de Antwerpse kathedraal. In het Rockoxhuis tenslotte wordt de bruikleen van enkele schilderijen verlengd.

    “De Zeven Sacramenten zijn geschilderd op eikenhouten panelen. Het transport was een heikele kwestie en het is sowieso beter dat de panelen niet veel reizen”, aldus Paul Huvenne, algemeen directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. “Bovendien kan het in museum M in optimale omstandigheden getoond worden. Ook het transport van de acht retabels voor de tentoonstelling Reünie in de kathedraal was een hele onderneming. Omdat het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten over een jaar, in januari 2011, sluit voor een grondige renovatie, is overeengekomen dat deze werken tot na de renovatie in M Leuven en de kathedraal Antwerpen blijven.

    Ook in het Rockoxhuis blijven enkele van onze werken voor een langdurige bruikleen.”

    “Het KMSKA bekijkt de samenwerkingsmogelijkheden met verschillende Vlaamse musea of locaties om een aantal belangrijke werken ook tijdens de verbouwing tentoon te stellen. M in Leuven en de kathedraal en Rockoxhuis in Antwerpen zijn de eerste”, aldus nog Paul Huvenne. “Bovendien zullen de topstukken uit onze collectie vanaf april 2011 gedurende een jaar in het MAS in Antwerpen te zien zijn. Een belangrijk deel van de collectie van het KMSKA blijft op deze manier permanent ontsloten.”

    Onder de werken die in de bovengenoemde musea getoond worden zijn absolute topstukken. M kreeg naar aanleiding van de heropening voor zijn vaste opstelling een tiental schilderijen van het KMSKA in bruikleen, waaronder werken van Quinten Metsijs, Bernard van Orley en Constantin Meunier. Acht altaarstukken die ooit door Frans Floris I, Quinten Metsijs, Bernard van Orley en Peter Paul Rubens voor de kathedraal gemaakt zijn, blijven voorlopig opgesteld in hun oorspronkelijk kader. In het Rockoxhuis kan de bezoeker het wereldberoemde Epitaaf van Nikolaas Rockox en zijn vrouw Adriana Perez, beter gekend als het 'Ongeloof van Thomas' door Peter Paul Rubens bewonderen. De bruikleen aan dit museum zal later nog worden aangevuld met enkele relevante schilderijen uit de collectie van het KMSKA.

     

    vanderweyden 7 sacra

     


     

     

  • Sint-Martens-Latem: MUZIEK TROEF BIJ CASA 93

     

    EEN OPTREDEN VOOR DE ALLERVLUGSTEN ONDER DE CASA AANHANGERS.

    Op 27 december 2009 bouwt Casa 93 het knusse zaaltje om in een café chantant met oesterbar en ontvangt zangeres Barbara Vlaeminck, onze plaatselijke Carla Bruni , om tussen de twee grote feesten door, wat rust te brengen.
    Hoewel, mannenharten zullen sneller slaan, als je het ons vraagt!

    Vier cafétafels met aan elke tafel 6 stoelen, een meisje met gitaar, een oesterbar, kaarsjes en drankjes . . .

    Wenst u erbij te zijn, reserveer dan onmiddellijk uw stoel, of een tafel voor u en uw vrienden.
    Gelieve te laten weten of, en hoeveel personen oesters willen. 6 oesters met glaasje voor 10 €.
    Deuren gaan open om 16.45 u.
    Het optreden begint 
    om 17.00 u en we sluiten onze deuren rond 19.00 u (voor 1 keer niet al te stipt)

    casa93@telenet.be  U bent 1 muisklik verwijderd van een nieuw Casa 93 hoogtepunt.

    Voor het optreden van Anouk Sturtewagen (harp) en Lore Binon (sopraan) op 6 januari 2010 om 20.00 u hebben we nog een 10-tal plaatsen beschikbaar.
    Wacht niet tot het laatste ogenblik om te reserveren. Inkom 15 €  -  leden 10 €.

    Waar? Sint-Martens-Latem, Golflaan 89-93

    Wanneer? 27 december 2009 om 16.45 uur

    barbaravlaeminck

     

     

  • 'CHEEK TO CHEEK' with Caroll Vanwelden

     

    All her life, Caroll Vanwelden has been intensely fascinated by American popular music from the 1930’s. The particular sound of this period reflects the cultural and social conditions that shaped the American identity of that time. The sound of the thirties – and that jazzy touch in particular - reflects the state of mind of American people during a decade marked by the Great Depression. It can be considered as the mirror of a nation that saw its musical tastes change radically from the soft and tender sound of Guy Lombardo and the Jazz Age Dance Bands to the horn arrangements of the Benny Goodman, Tommy Dorsey, and Glenn Miller big bands. Jazz and blues turned into swing, a genre that took off with Louis Armstrong and Fletcher Henderson. Later on this evolved in more modern forms of American popular music, in the fine-tuned rhythm and blues of Duke Ellington, Billie Holiday, and Ella Fitzgerald, itself preceding the swing era of the popular Tommy Dorsey, Benny Goodman, and Artie Shaw orchestras.

    As jazz has always been her first love, Caroll Vanwelden recorded at her home studio a collection of exquisite standards for an easy listening compilation of her all-time favorites, which resulted in the new swing jazz album ‘Cheek to Cheek’. No horns, no violins, just that sober sound that reminds of the real cozy jazz clubs.

    With some of her friends and top musicians – Dirk Van Der Linden on guitar, Janos Bruneel on double bass, and Stijn Wauters on the piano –  vocalist Caroll Vanwelden succeeded in recreating that lovely 1930’s sound with just the right retro touch and lots of great swinging moments. As a vocalist Caroll was really made to bring that good old jazzy style.

     Available at the following addresses

    Brasserie Vinois
    Philippe de Dentergemlaan 3
    9830 Deurle
    opening hours: wed,thu,fri  and sun from 12-16h and from 18-24h; sat from 18-24h
    www.brasserie-vinois.com
     
    Mil Flores
    Golflaan 89
    9830 St.-Martens-Latem
    opening hours: tue 13h30-19h wed to sat from  9-12h30 and from 13h30 to 19h sun from 9-12h30 
    www.casa93.be
     
    Alfa Belgium (Aga)
    Nijverheidskaai 2
    9040 St. Amandsberg (Gent)
    opening hours: mon to fri from 10-18h
    www.aga.be

    or by post. (If you want to receive my new cd by post, send me an email with your address and I'll get back to you.)
     
    NEW: CHEEK TO CHEEK also soon available on i-tunes and cdbaby for digital download!!!

    www.carollvanwelden.be

    www.myspace.com/carollvanwelden


    caroll lr

     

  • 'Kamers vol Kunst' schitteren in het Antwerpse Rubenshuis

     

    Kamers vol Kunst in 17de-eeuws Antwerpen

    Op het gebied van cultuurbeleid kan je als ‘persmuskiet’ helemaal niet klagen over de informatie die je door de Antwerpse stadsdiensten bevoegd voor cultuur-, kunst- en museumbeleid doorgespeeld krijgt! De toegestuurde nota’s zijn pareltjes in kunstgeschiedenis waar je als doorwinterde recensent alleen maar je hoed kunt voor afnemen.

    Wat Kamers vol Kunst betreft, laat ik jullie dan maar meegenieten van de vloeiende pen van de opsteller van de persinformatie:

    <In de tentoonstelling ‘Kamers vol kunst in 17de-eeuws Antwerpen’ presenteert het Rubenshuis dit najaar misschien wel de meest fascinerende schilderijen uit deze periode: kunstkamers

    Deze ‘constcamers’ tonen kamers boordevol kunst. Het zijn als het ware musea in het klein voor de echte kunstliefhebber. Dé specialist van het genre was Willem van Haecht. Van zijn hand bleven slechts drie werken bewaard. Voor het eerst worden deze unieke stukken samen getoond op een exclusieve tentoonstelling in Antwerpen.

    Kunstkamers

    Een kamer in een woonhuis waar een verzamelaar zijn mooiste kunstwerken bewaarde, werd in de zeventiende eeuw ‘constcamer’ genoemd. Maar deze term werd ook gebruikt om een bijzonder type schilderij aan te duiden, ‘een schilderye wesende een constcamer’. 

    Deze geschilderde kunstkamers ‘verbeelden’ kamers boordevol kunst: kostbare schilderijen bedekken de wanden, er staan afgietsels van befaamde antieke beelden, tafels met bronzen beeldjes, albums met prenten en tekeningen, antieke munten, globes, porselein en soms ook kleine naturalia zoals schelpen. Meestal tonen de interieurs fantasieverzamelingen.
    Ze kunnen worden opgevat als een lofzang op de schilderkunst of als een uitbeelding van de ideale verzameling. Maar daarnaast komen ook min of meer realistische ‘inventarissen’ van bestaande collecties voor. Ze werden gemaakt voor prominente verzamelaars die met hun kunstbezit wilden pronken.

    Kort na 1610 ontstond het genre van de geschilderde kunstkamer in Antwerpen en in de zeventiende eeuw bleef het een vrijwel exclusieve Antwerpse aangelegenheid. 

    Na de val van Antwerpen in 1585 herstelde de economische bedrijvigheid zich langzaam en door de toenemende welvaart waren ook burgers in staat schilderijen en andere kunstwerken te kopen. Er ontstond een nieuwe klasse van ‘liefhebbers van de kunst’, zoals ze toen werden genoemd: welgestelde burger-verzamelaars wier belangstelling voor kunst en wetenschap aansloot bij hun vaak aristocratische ambities.
    In navolging van vorstelijke verzamelaars legden kapitaalkrachtige mensen als Peeter Stevens, Nicolaes Rockox en Cornelis van der Geest imposante verzamelingen aan.
    In de geschilderde kunstkamervoorstellingen wordt een levendig beeld opgeroepen van die rijke verzamelcultuur.

    Jan Brueghel de Oude en zijn jongere collega Frans Francken de Jonge waren de eersten die kunstkamers schilderden, gevolgd door onder meer Willem van Haecht. 

    David Teniers bracht het genre kort na 1650 als eerste buiten de grenzen van Antwerpen, toen hij zich als hofschilder in Brussel vestigde en een reeks voorstellingen maakte van de collectie van aartshertog Leopold Wilhelm, regent van de Zuidelijke Nederlanden.
    Waar in de vroegste kunstkamers de afgebeelde verzamelingen nog tamelijk divers van aard zijn, zijn de latere voorstellingen meer toegespitst op de schilderkunst.
    Voor alle voorstellingen geldt dat het waarheidsgehalte niet moet worden overschat.
    Die loopt uiteen van Franckens geïdealiseerde uitbeeldingen van fantasiecollecties tot Teniers’ min of meer realistische ‘inventarissen’ van Leopold Wilhelms kunstbezit.

    In geschilderde ‘constcamers’ bevinden zich altijd mensen, deftige heren en soms een dame, die converseren over de aanwezige kunst, een globe bestuderen, een prent of een beeldje ter hand nemen en zo hun eruditie tentoonspreiden. Soms zijn tussen de uitgebeelde figuren portretten herkenbaar, van een kunstverzamelaar en zijn familieleden, van een geleerde of van een of meer kunstenaars. Een enkele keer komen er vorsten op bezoek, wat uiteraard de hoogste lof betekent voor de weergegeven collectie en haar eigenaar. Door zich als verzamelaar en kunstkenner te profileren kon de welvarende burger zich meten met de hoogste kringen en zo status verwerven. De belangstelling vanuit hoogadellijke kringen was ook eervol voor de maker van de weergegeven kunst, vooral voor de schilder die zichzelf al lang niet meer als een eenvoudige ambachtsman zag. Personages in een kunstkamer kunnen echter ook allegorisch van aard zijn en bijvoorbeeld de zintuigen of de schilderkunst personifiëren. De weergegeven figuren vormen doorgaans een belangrijk onderdeel van de rijk gelaagde betekenissen van geschilderde kunstkamers.

    Willem van Haecht

    Tot de opmerkelijkste kunstkamervoorstellingen van de zeventiende eeuw behoort zonder twijfel het handjevol schilderijen van Willem van Haecht (1593-1637), een nog altijd door raadsels omgeven kunstenaar die even kunstzinnig als geleerd lijkt te zijn geweest. 

    Van Haechts ‘constcamers’, die met grote trefzekerheid en op tamelijk fors formaat zijn uitgevoerd, behoren tot de beste die in het zeventiende-eeuwse Antwerpen werden vervaardigd. De grote aantrekkingskracht van zijn werk schuilt in de ongewone beeldrijkdom en de ingenieuze versmelting van realistische, fictieve en verhalende beeldelementen, maar bovenal in de complexiteit en inventiviteit van compositie en iconografie.
    Waar zijn voorgangers ons veelal denkbeeldige verzamelingen lijken voor te schotelen, tovert Van Haecht ons een keurcollectie van bestaande kunstwerken voor ogen die hij in ‘originalis’ of in de vorm van tekeningen of geschilderde kopieën had leren kennen en die hij wellicht ook dagelijks om zich heen zag. In zijn kunstkamers zijn vooral schilderijen weergegeven uit de fameuze verzameling van Cornelis van der Geest, een kunstminnende Antwerpse koopman bij wie Van Haecht in dienst was als conservator. Maar het was zeker niet alleen die ene collectie die Van Haechts ambitie prikkelde. Zo komen in zijn composities ook antieke bustes en beelden voor evenals schilderijen van of naar Italiaanse renaissance-meesters die zich níet in de verzameling van de gefortuneerde koopman bevonden. Bovendien zitten zijn schilderijen vol verwijzingen naar de erudiete wereld van Rubens. Mede daardoor bieden zijn voorstellingen interessante aanknopingspunten voor een beter begrip van de intellectuele cultuur in zeventiende-eeuws Antwerpen.

    Leven

    Over het leven van Willem van Haecht en wat hem bracht tot het schilderen van kunstkamers weten we weinig. Willem van Haecht kwam uit een familie die meerdere kunstenaars en kunsthandelaren telde. Hij werd geboren op 7 november 1593.
    Zijn vader was Tobias Verhaecht (1561-1631), de eerste leermeester en tevens verre familie van Rubens. Hij was gespecialiseerd in de landschapschilderkunst en daarin een trouw navolger
    van Pieter Bruegel de Oude. Waarschijnlijk ontving Willem van Haecht zijn eerste lessen in de schilderkunst van zijn vader.
    Op 24 augustus 1615 trok de 21-jarige schilder naar Parijs. Jan van Haecht, een oom van de schilder, en diens zoon Peter dreven op de bekende jaarmarkt van Saint-Germain-des-Prés, het hart van de Parijse kunstmarkt, een bloeiende handel in schilderijen. Het ligt dus voor de hand te veronderstellen dat Willem een tijd in de onderneming van zijn familie heeft meegedraaid. Zijn verblijf in de Franse hoofdstad duurde vermoedelijk niet langer dan twee jaar. Getuige.daarvan is een document van 28 september 1618 waarin staat dat hij een jaar eerder, samen met zijn vader, 42 landschappen had geleverd aan Cornelis van der Geest en Jan-Baptista de Vos. De werken waren bestemd voor de verkoop in Spanje. Hieruit is op te maken dat vader en zoon Van Haecht in die tijd schilderijen vervaardigden voor de export, waarbij Van der Geest als zakenpartner opereerde. Deze zakelijke transactie is het vroegst gedocumenteerde contact tussen de schilder en de koopman-kunstverzamelaar.

    In 1619 vertrok Van Haecht naar Italië, maar over zijn verblijf daar is verder niets bekend. Eind 1626 of begin 1627 was hij volgens een archiefdocument weer in Antwerpen. In mei van dat jaar werd ‘Guillam van Haeght’ als schilder ingeschreven in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. In dezelfde periode nam hij ook zijn intrek – wellicht als conservator - in het huis van Cornelis van der Geest. Zijn nieuwe milieu bood hem een rijke voedingsbodem en een intellectueel klimaat waarin hij zich kennelijk thuis voelde. Dat Van Haecht tot opzichter van de kunstverzameling van Van der Geest werd aangesteld, moet in de eerste plaats te danken zijn geweest aan zijn kwaliteiten als restaurator en kopiist.
    Van der Geest moet als succesvol koopman met een netwerk van contacten over heel Europa een ideale handelspartner voor Van Haecht zijn geweest. Beide mannen bleven ongehuwd. De rest van zijn relatief korte leven bleef Van Haecht in zijn geboortestad; op 12 juli 1637 overleed hij op 43-jarige leeftijd in het huis van Van der Geest.

    Werk

    Het thans bekende werk van Van Haecht bestaat slechts uit een viertal kunstkamers en enkele middelmatige prenten naar Italiaanse meesters. Niettemin wordt in de archiefstukken de suggestie gewekt van een grote hoeveelheid verloren gegaan materiaal, een waar spookleger van verdwenen schilderijen, waaronder ook enkele kunstkabinetten. Zo is in zijn testament en de inventaris van zijn nalatenschap behalve van ‘conterfeytsels’ en tekeningen sprake van een drietal kunstkamers. Van één kunstkamer ontbreekt ieder spoor en de andere twee zijn niet nader gespecifieerd, zodat niet kan worden vastgesteld of ze identiek zijn met de overgeleverde werken. Opmerkelijk is de vermelding in de inventaris van 130 ‘stucken schilderyen’ op paneel, doek en koper. Kennelijk werden ze geïnventariseerd en getaxeerd door Cornelis van der Geest, een van de executeurs van Van Haechts testament, maar de taxatielijst is helaas niet bewaard gebleven.

    Cornelis van der Geest en zijn geschilderde kunstkamer

    Cornelis van der Geest (1555-1638) was een Antwerpse koopman die fortuin vergaarde in de specerijenhandel en uit investeringen in onroerend goed. Hij bewoonde een kapitaal pand aan de Mattenstraat in het hart van het Antwerpse havencentrum, vlakbij het Kranenhoofd. Behalve koopman en deken van het gilde van de Meerseniers – groothandelaren in specerijen en andere koloniale producten – was hij kerkmeester van de Sint-Walburgiskerk. Van der Geest stond bekend als kunstliefhebber; in 1621/22 wordt hij in de registers van het Antwerpse Sint-Lucasgilde voor het eerst als ‘liefhebber’ vermeld. Kennelijk was hij een geletterd man, wiens intellect en artistieke belangstelling door tijdgenoten werden geprezen. Rubens noemde hem een ‘zeer gedreven liefhebber van oudheden’. Van der Geest heeft tal van opdrachten aan schilders en beeldhouwers verstrekt en wel in die mate dat van een mecenaat van allure kan worden gesproken. Van zijn patronage profiteerde vooral Rubens.

    Onze informatie over de collectie van Van der Geest steunt voor een belangrijk deel op de geschilderde kunstkamers van Willem van Haecht, vooral die uit het Rubenshuis; een geschreven inventaris is niet bewaard gebleven. Behalve uit papierkunst, bronzen statuettes en andere kostbaarheden bestond die voornamelijk uit schilderijen. De verzameling was sterk in Antwerpse meesters, vooral uit de eerste decennia van de zeventiende eeuw. Daarnaast bezat Van der Geest werk van Quinten Massys, de eerste befaamde kunstenaar van de stad. Italiaanse schilderijen waren slechts spaarzaam vertegenwoordigd, terwijl Hollandse kunst helemaal niet was opgenomen. Na zijn dood viel de verzameling uiteen, waarna de schilderijen in andere collecties terechtkwamen, onder meer in die van de Antwerpse verzamelaar Peeter Stevens (c.1590-1668).

    De kunstkamer van Cornelis van der Geest

    Toen de aartshertogen Albrecht en Isabella van 15 tot 27 augustus 1615 in Antwerpen verbleven, brachten zij een bezoek aan de befaamde kunstcollectie van Cornelis van der Geest. Deze memorabele gebeurtenis is dertien jaar later het onderwerp geworden van een buitengewoon ambitieuze voorstelling, boordevol precies uitgevoerde kopietjes van de kunstschatten uit Van der Geests verzameling en opgeluisterd met een overvloed aan verhalende details. De kunstkamer van Cornelis van der Geest toont de grote ambitie waarmee Van Haecht als kunstkamerschilder van start ging én zijn talent als kopiist. Links vooraan presenteert de welgestelde bezitter een van de pronkstukken uit zijn collectie – Quinten Massys’ Maria met kind – aan zijn hoge gasten, terwijl Rubens – op een ereplaats rechts van de aartshertog – toelichting geeft. Van Haechts virtuositeit in het nabootsen van de verschillende schilderstijlen in de talloze kopietjes op miniatuurformaat is ongeëvenaard. Vol trots plaatste hij zijn signatuur en het jaartal 1628 op een mythologisch tafereeltje met Danaë dat vooraan in het midden staat uitgestald: zo blijkt uit één signatuur het auteurschap van twee verschillende werken.

    De voorstelling situeert zich in een rijk ingerichte kamer van een Antwerps huis – door het raam links zijn schepen op de Schelde te zien en rechts achter het poortgebouw doemt het Kranenhoofd aan de Scheldekade op. Binnen vullen maar liefst 43 schilderijen de wanden en staan afgietsels van levensgrote moderne en antieke beelden opgesteld. Bij de deur verwelkomt de Apollo Belvedere met zijn uitgestrekte arm de hoogwaardigheidsbekleders. Op het gebeeldhouwde bovendeurstuk prijkt nadrukkelijk het familiewapen van Van der Geest, met links en rechts borstbeelden van Nero en Seneca, terwijl op de fries van de deuromlijsting zijn devies is aangebracht: ‘Vive l’esprit’, een spitsvondige toespeling op zijn familienaam. Het doodshoofd en de duif – een traditioneel symbool van de menselijke ziel – boven Van der Geests familiewapen lijken samen aan te geven dat diens faam voor het nageslacht bewaard zal blijven. De antieke bustes van Seneca en diens leerling Nero zijn heel waarschijnlijk afgietsels van borstbeelden uit de verzameling van Rubens, en kunnen worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar Van der Geests neo-stoïsche oriëntatie.

    Hoewel de nadruk ligt op de schilderkunst, is er in het kunstkabinet nog veel meer te bewonderen: kleine bronzen replica’s van beelden van de van oorsprong Vlaamse beeldhouwer Giambologna, miniatuurtjes, tekeningen en prenten, maar ook antieke munten, een kast vol kostbaar Chinees porselein, een armillarium, een wereldbol en talrijke wetenschappelijke instrumenten. Welke afgebeelde schilderijen en andere kunstvoorwerpen zich daadwerkelijk in Van der Geests bezit bevonden, valt niet meer na te gaan, maar algemeen wordt aangenomen dat Van Haechts schilderij de breedte van de verzameling vrij accuraat weergeeft. Het oudste stuk was een zeldzaam profaan tafereel van Jan van Eyck, dat helaas verloren is gegaan. Verder bood de collectie vooral een prachtige staalkaart van de Antwerpse schilderkunst van de zestiende en vroege zeventiende eeuw: composities van onder meer Pieter Bruegel de Oude, Quinten Massys, Jan Wildens, Frans Snijders en Rubens. Er zijn geen aanwijzingen dat afgietsels op ware grootte van beroemde antieke beeldhouwwerken deel uitmaakten van Van der Geests collectie. De sculpturen lijken eerder te fungeren als fictieve symbolen van zijn rijkdom, kennerschap en goede smaak. 

    Ook de fruit smullende aapjes op het stilleven van Snijders dat op demonstratieve wijze achter Van der Geest staat uitgestald, kunnen – als vaste begeleiders van de Smaak – wellicht als een spitsvondige toespeling op zijn esthetisch oordeel worden opgevat.

    De schilderijen van Massys en Rubens nemen de voornaamste plaats in de voorstelling in en hebben ook getalsmatig de overhand. De grote waardering voor de zestiende-eeuwse meester spreekt vooral uit de ‘presentatie’ van zijn Maria met kind aan de aartshertogen. Behalve dit paneel zijn er in de compositie nog twee werken van Massys weergegeven: het Portret van Paracelsus links aan de achterwand, en het Portret van een geleerde, rechtsboven het Hercules-beeld en het havenzicht van Vrancx. Aan de achterwand boven de tafel springt de imposante Amazoneslag in het oog, een compositie die Rubens in 1615 vermoedelijk voor Van der Geest had geschilderd. Het Portret van een man in harnas geheel rechts hoog aan de wand is ook van hem. Een opvallend detail is het gordijntje – een bekend motief in kunstkamers – dat naast de Amazonenslag is gehangen om het te beschermen tegen zonlicht en stof, terwijl deze bescherming het bezichtigen van dit ongetwijfeld kostbare schilderij tegelijk een exclusief karakter gaf. Door het schilderij precies in het verlengde van Massys’ Maria met kind weer te geven, plaatste Van Haecht zijn tijdgenoot letterlijk op één lijn met zijn beroemde voorganger.

    Vooraan op de met kleine bronzen bedekte tafel ligt een tekening van de Antwerpse kunstenaar Johan Wierix uit omstreeks 1600 met een voorstelling van de legendarische antieke schilder Apelles die bezig is Campaspe, de favoriete maîtresse van Alexander de Grote, naakt te portretteren. In het licht van de ‘topos’ van de wedijver tussen kunst en natuur werd dit antieke verhaal als een lofzang op de schilderkunst beschouwd, want Alexander verkoos het door Apelles vervaardigde portret boven zijn geliefde. Naast dit blad ligt een gravure van Dürer van een krijgshaftige vaandeldrager – wellicht hier bedoeld als symbool van vaderlandsliefde die door de kunsten wordt gediend – en een roodkrijttekening, mogelijk van Rafaël, van twee gearmde figuren, innige vrienden net als de personages in deze kunstkamer. Op de muren tussen de ramen zijn in trompe-l’oeil twee beelden weergegeven van Minerva, beschermvrouwe van de kunsten, en Diana, die als de godin van de jacht voor de natuur staat.

    De kunstkamer van Cornelis van der Geest is niet alleen een schitterende ‘constcamer’ maar ook een uniek groepsportret, een soort ‘who is who’ van de toenmalige culturele elite. Zo gunt het schilderij ons een zeldzame blik op de wereld waarmee een erudiete kunstliefhebber als Van der Geest zich wenste te associëren. 

    Tot zijn intimi behoorden, behalve Rubens, ook de Brusselse beeldhouwer-medailleur Jan van Montfort en Anthonie van Dyck (staande achter Massys’ Maria met kind), evenals kosmopolitisch ingestelde humanisten als Nicolaas Rockox en Jan van de Wouwer (Woverius), links achter de aartshertogen.
    Ook met andere kunstverzamelaars onderhield Van der Geest goede contacten. Twee van hen staan bij de met kostbaarheden bedekte tafel. De heer die vooroverbuigt en het bronsje van Hercules en de Centaur naar Giambologna bestudeert, is hoogstwaarschijnlijk Jacomo de Cachiopin, telg uit een oud Spaans geslacht die werk van Titiaan verzamelde en meerdere schilderijen van Van Dyck in huis had. In vergelijking met De Cachiopin was de smaak van Peeter Stevens – de man die nonchalant met een elleboog op tafel een miniatuurportret ophoudt – minder ‘modern’, want als verzamelaar had hij een voorliefde voor Oud-Nederlandse schilderkunst. Uiterst rechts onder het afgietsel van de Hercules Farnese hebben enkele heren zich over een wereldbol gebogen, die door een van hen met een passer wordt opgemeten – een bekend motief in kunstkamervoorstellingen dat met de wetenschappelijke instrumenten op de grond wellicht te beschouwen is als een verwijzing naar de wetenschappelijke basis van de schilderkunst. Van het trio op de tweede rij zijn behalve de schilder Jan Wildens ook zijn collega’s Frans Snijders en in profiel Hendrick van Balen te herkennen, terwijl op de achtergrond mogelijk beeldhouwers zijn afgebeeld. Vermoedelijk heeft Van Haecht ook zichzelf uitgebeeld in de figuur die rechts de trap opkomt.
    Dat de
    Kunstkamer van Cornelis van der Geest geen ooggetuigenverslag is, blijkt onder meer uit de aanwezigheid van Wladyslaw Vasa, de latere koning van Polen, achter Rubens – behalve aartshertog Albrecht de enige met een hoed op – gezien de Poolse prins in 1624 naar Antwerpen kwam.

    Van Dyck is bovendien afgebeeld zoals hij eruitzag na zijn terugkeer uit Italië in 1628. Daarnaast heeft Van Haecht een aantal schilderijen weergegeven die pas van ná 1615 dateren en dus in dat jaar nog geen deel uitmaakten van Van der Geests verzameling.

    Al deze mannen vonden elkaar in hun liefde voor de schilderkunst en hadden zich door Rubens of Van Dyck laten portretteren. Van Haecht gebruikte deze schilderijen als voorbeeld voor de portretten in zijn kunstkamer. Uit het schilderij rijst het beeld op van een netwerk van vrienden die elkaar opzochten om gezamenlijk aan kunstbeschouwing te doen. Hun vriendschappelijke betrekkingen worden mede gesuggereerd door de amicale lichaamstaal, zoals een hand op een schouder om te kunnen meegenieten van een schilderijtje, maar vooral door de gedeelde activiteit: het samen naar kunst kijken en over het geziene converseren.

    De tentoonstelling

    De Kunstkamer van Cornelis van der Geest vormt samen met ‘Apelles schildert Campaspe’ uit het Mauritshuis in Den Haag en Een kunstkamer van Anthonie van Dycks mystieke huwelijk van de heilige Catharina afkomstig uit een particuliere verzameling in Schotland het hoogtepunt van Kamers vol kunst in 17de-eeuws Antwerpen.

    Op de tentoonstelling worden deze drie werken van Van Haecht voor het eerst samen getoond. Ze vormen het hart van een unieke tentoonstelling die de fascinerende kunstwereld van Antwerpen in de eerste helft van de zeventiende eeuw tot leven brengt.

    In Kamers vol kunst wordt tevens een beknopt overzicht geboden van de Antwerpse zeventiende-eeuwse kunstkamers, met enkele van de beste voorbeelden van onder meer Frans Francken, Jan Brueghel de Jonge en David Teniers, schilders die het genre mede tot bloei hebben gebracht. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar Teniers. Als hofschilder van aartshertog Leopold Wilhelm maakte hij omstreeks 1651/52 een reeks monumentale voorstellingen van diens schilderijenbezit. Teniers bracht daarnaast een gedrukte catalogus uit van Leopold Wilhelms Italiaanse schilderijen, getiteld Theatrum Pictorium. 

    Dit boek heeft bijzondere waarde als eerste bestandscatalogus uit de kunstgeschiedenis.

    Een bijzonder hoofdstuk in de tentoonstelling vormt ten slotte een groep kunstkamervoorstellingen uit de late zeventiende eeuw, waaraan soms meer dan twintig verschillende Antwerpse meesters hebben samengewerkt. Deze kunstkamers bieden een staalkaart van vrijwel alle toonaangevende schilders die omstreeks 1670 in Antwerpen werkzaam waren. De tentoonstelling biedt een bijzondere kans om deze gezamenlijke schilderijen, die het laatste hoogtepunt van het kunstkamergenre in Antwerpen vormen, voor het eerst bijeen te zien.

    Naast de schilderijen van Van Haecht en Teniers toont de expositie meesterwerken uit onder meer de Londense National Gallery, het Museo del Prado in Madrid, het Kunsthistorisches Museum in Wenen, de Engelse Royal Collection en uit particuliere verzamelingen>.

    Praktisch:

    ‘Kamers vol kunst in 17de-eeuws Antwerpen’ loopt nog tot en met 28 februari 2010 in het Rubenshuis in Antwerpen.

    Van 25 maart tot en met 27 juni 2010 is de expositie in het Mauritshuis in Den Haag te zien.

     

    Over het Rubenshuis:

    De tentoonstelling vindt plaats in het Rubenshuis. Daar woonde en werkte Rubens. 

    Bovendien bezat de meester zelf een internationaal vermaarde kunstcollectie en had hij een kunstkamer.
    Vandaag is het voormalige woonhuis van Peter Paul Rubens (1577-1640) één van de bekendste kunstenaarswoningen ter wereld en de plek waar men het dichtst bij de leefwereld van de grote barokschilder komt. Het publiek ontdekt er zijn veelzijdige talenten: zowel de schilder, architect als de verzamelaar komen aan bod. Met zijn overzichtelijke en coherente collectie schilderijen geeft het museum een beeld van Rubens’ inspiratiebronnen. Heel wat kunstwerken zijn van de hand
    van de meester zelf. Maar het museum bewaart ook werk van belangrijke tijdgenoten, zoals Antoon van Dyck, Jacob Jordaens, Frans Snijders en Jan Boeckhorst, en oudheden en kunstvoorwerpen die ooit deel uitmaakten van Rubens’ befaamde kunstverzameling. Een bezoek aan het museum eindigt in de adembenemende renaissancetuin in het hartje van de Antwerpse binnenstad.

    De voorbije jaren realiseerde het Rubenshuis een indrukwekkend tentoonstellingsprogramma met exposities van internationaal niveau: Het licht van de natuur. Het landschap in tekening en aquarel door Van Dyck en tijdgenoten; Beelden van de dood. Rubens kopieert Holbein; De wereld is een tuin. Hans Vredeman de Vries en de tuinkunst van de Renaissance; Een huis vol kunst. Rubens als verzamelaar; Vorstelijke vluchtelingen. William en Margaret Cavendish in het Rubenshuis, 1648-1660.

    In 2007 koos het museum ervoor om de permanente verzameling onder handen te nemen.

    De verzameling werd grondig opgeschoond en de presentatie ervan volledig vernieuwd. Tegelijkertijd werd de verzameling verrijkt met nieuwe aanwinsten.

    ‘Kamers vol kunst in 17e-eeuws Antwerpen’

    Van 28 november 2009 tot en met 28 februari 2010

    Rubenshuis, Wapper 9-11, 2000 Antwerpen, tel. +32 (0)3 201 15 55

    www.rubenshuis.be - rubenshuis@stad.antwerpen.be

    Open van 10 tot 17 uur – gesloten op maandag

     kamersvolkunst

     

  • CREATIVITEIT IN VLAANDEREN EN NEDERLAND, een uitgave van Bola Editions

     

     

    Het eerste boekje uit de reeks ‘Creativiteit in Vlaanderen & Nederland’ is (met enige vertraging) eindelijk gedrukt en vanaf heden al verkrijgbaar via de website van Bola Editions. (http://www.bola-editions.be).

    Tien kunstenaars die al ruimschoots hun sporen verdiend hebben worden op een aantrekkelijke en overzichtelijke manier in de spotlights geplaatst. Voor België zijn die: kunstschilder / tekenaar / aquarellist Erik Boone, kunstschilder / tekenaar / aquarellist Christian Trivier, kunstschilder Martine Eelbode, juweelontwerpster Denise Hallez, keramiste Els Wenselaers, kunstschilder Luc Standaert en kunstschilder / holografist Julien De Groeve. Nederland wordt in het eerste boekje vertegenwoordigd door kunstschilder Connie van Winssen, kunstschilder / tekenaar Peter van Oostzanen en kunstschilder / kunsthistoricus Leo Wijnhoven.

    Het is een waardevolle en mooi ogende uitgave geworden met zeer geslaagde kunstreproducties in kleur, op stevig wit satijnglanspapier en met een glossy kleurencover. Dit alles op een handig en overzichtelijk formaat (16 x 24 cm).

    Voor kunstliefhebbers zal deze nieuwe kunstreeks ongetwijfeld uitgroeien tot een collectors item en een handige gids over wat heden ten dage reilt en zeilt binnen de kunstwereld in het Nederlands taalgebied.

    De kunstreeks zal vanaf januari 2010 ook verkrijgbaar zijn via een aantal Belgische en Nederlandse kunstbibliotheken en kunstgalerijen, en kan dan ook via elke erkende boekhandelaar besteld worden (ISBN: 9789490243050 / NUR-code: 646 / Categorie: Kunst / Auteur: Antoine Bomon / Uitgever: Bola Editions).

     

     

     ceativiteit

     

    CREATIVITEIT IN VLAANDEREN & NEDERLAND

    Hedendaagse beeldende kunstenaars

    in de spotlights

    Samenstelling: Antoine Bomon

    Paperback, luxe-uitgave, 16 x 24 cm, 48 pagina's.

    Met talrijke kleurenreproducties op kwaliteitsvol wit kunstdrukpapier.

    Omslagontwerp: Antoine Bomon

    ISBN: 9789490243050. NUR-code: 646

    Prijs: 14,95 €. te storten op rekeningnummer

    979-5932740-31, met vermelding:

    ‘1 (of meerdere ex) Kunstboek CVN.01’.

    Voor Nederland: 14,95 €, te storten op IBAN nummer BE04 9795 9327 4031 met vermelding:

    ‘1 (of meerdere ex) Kunstboek CVN.01’.

    U krijgt het boek (de boeken) binnen de week  thuis gestuurd. Er worden voor dit boek geen verzendingskosten aangerekend.

     

  • CHINESE VERLEIDING in Kunsthal Gentse Sint-Pietersabdij

     

    DE CHINESE VERLEIDING.

    Exportkunst van de zestiende tot de negentiende eeuw.

    China heeft van oudsher een legendarische aantrekkingkracht op het Westen uitgeoefend. De vroegste handelroutes met het Verre Oosten liepen over land. Zeevaartkunde en stoutmoedige durf van de wereldontdekkers gaven tijdens de zestiende eeuw een nieuwe en krachtige impuls aan de betrekkingen tussen China en Europa. In het kielzog van Portugezen, Spanjaarden, Fransen en Hollanders hebben de Vlamingen een baanbrekende rol gespeeld in de maritieme handel met China. De schepen kwamen terug uit China met producten en voorwerpen die de voeding en de leefgewoonten van de Europeanen grondig veranderden en verfijnden. Tijdens de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw ontstond een ware rage voor alles wat uit China kwam. In de rariteitenkabinetten van vorsten en adellijke families kwamen wonderlijke kunstvoorwerpen terecht in een kwaliteit van materialen en met virtuoze decoraties die in Europa en onze contreien onbekend waren.

    Niet alleen porselein, maar heel wat andere luxegoederen zoals zijde, lakwerk, ivoor, zilverwerk en met de hand geschilderd wandbehang werden gedurende drie eeuwen naar Europa en de Verenigde Staten van Amerika uitgevoerd. Chinese artiesten en vaklui konden zich uitermate soepel aanpassen aan de smaak van Westerse opdrachtgevers. Met behulp van schilderijen, oude boedelinventarissen, veilingcatalogi en inventarissen van sterfhuizen is geprobeerd een beeld te verkrijgen van de Chinese kunstvoorwerpen die naar onze gewesten werden verscheept.

    Curator Nicole De Bisschop brengt een veelzijdige selectie van meesterwerken uit publieke en particuliere collecties. Ze confronteert schilderijen van beroemde en minder gekende meesters die de eerste import van Chinees porselein en lakwerk afbeelden, met authentieke objecten uit de zestiende tot de negentiende eeuw. Flinterdunne porseleinen theekopjes, complete tafelserviezen, wapenborden, ragfijne waaiers, exquise ensembles van zijden wandbehang, ivoren speelgoed, inktpotten, zilverwerk en ander pronkgoed, portretten, stalenboeken, reisverslagen en scheepsmodellen worden de getuigen van een groot thema uit de wereldgeschiedenis: de commerciële en culturele impact van de Chinahandel.

    Open: tot 25 april 2010 op dinsdag - zondag: 10.00 u - 18.00 u.

    Gesloten op maandag en 24, 25, 31 december en 1 januari.

    Inkomgeld:

    8 euro individueel.

    6,75 euro voor groepen van minimum 15 personen, senioren 55 +, jongeren van 19 tot 26 jaar.

    Gratis: jongeren tot en met 18 jaar, schoolgroepen en leraren in bezit van een lerarenkaart.

    Geleide bezoeken voor groepen.

    Prijs: 80,00 euro per groep/klas van max. 20 personen, toegangsticketten niet inbegrepen.

    Reservatie en info: tel.: +32 (0)9 269 60 04,

    fax: +32 (0)9 269 60 09, e-mail: info@boekjebezoek.be

    Rondleidingen op maat voor klassen

    VIZIT: T. + 32 (0)9 233 76 89 - F. + 32 (0)9 225 23 19

    e-mail: info@vizit.be



    lakscherm

  • Kortrijkzanen in Sint-Martens-Latem

    Van 4 tot en met 27 december 2009 heeft er in Kunstcentrum Hores een unieke expo plaats met beelden van de Kortrijkse beeldhouwster Ann Deman die haar ‘Moeder Aarde III’ een vaste stek geeft aan de Latemstraat 8 en schilderijen van de Latemse
    kunstenaar Jacobert, in confrontatie met enkele 17
    de en 18de eeuwse boedha’s.

    Ook nieuw is de jonge kunstenaar Koen Soberon uit De Pinte.

    Een korte biografische noot:

    Dat Ann Deman iets had met klei zal Kortrijk en omgeving geweten hebben. Met klei werken is haar tweede natuur. Het wroeten en kneden in de klei brengt haar tot rust, maar – en knoop dat als leek maar aan elkaar – geeft haar ook een energieboost.

    Ann Deman is een natuurtalent. Toen ze in 2004 de Kortrijkse Kunstacademie voor bekeken hield om haar eigen weg te gaan, wist ze verdomd goed waar ze aan begon en wat ze wou bereiken. Haar bewondering voor Grard en Moore kan ze niet ontkennen, maar toch ontwikkelde ze een totaal eigen ‘beweging’ in haar werk.

    ‘Moeder Aarde III, Ontwaken’ is het derde monumentale beeld op Latemse bodem.

    Ditmaal een sculptuur in meditatieve zit met de typische ‘touch’ van Ann Deman.

    Waar de cyclus zal eindigen kan alleen de kunstenares zelf vertellen.

    Koen Soberon, geboren op 9 maart 1971, woont en werkt als beeldend kunstenaar in De Pinte. Momenteel is hij werkzaam als thuisverpleger en energetische kunstenaar. Na een langdurige ziekte is die drang naar schilderen ontstaan.
    Door te experimenteren ontdekte hij de helende werking van schilderen op het algemeen welzijn van de mens.

    Eerst werkte hij vooral met houtskool en symboliseerde daarmee zijn ziekteproces.

    Naarmate hij afstand kon nemen van die donkere periode kwam er meer kleur en licht in zijn werk. Figuren en vormen kwamen naar voor en vormden een kleurrijk palet dat de fantasie van de kijker prikkelde. Tijdens zijn werk laat hij zich gewillig leiden door de energie die op dat moment aanwezig is.
    Zijn oeuvre kan je onderbrengen bij de Nieuwe Tijdskunst of Aquariuskunst.

    Jacobert, een man naar het hart van elke échte Latem- en Deurlenaar.
    Ik leerde hem zo’n twintig jaar geleden beter kennen en ik durf te zeggen dat het ogenblikkelijk klikte tussen ons. Vaak dronken we samen een wijntje tussen de erotische en lyrisch-abstracte schilderijen in zijn atelier.

    Hij kan als geen ander reisverhalen kleuren of filosoferen over de dingen des levens... Nu mis ik dat eerlijk gezegd een beetje want ‘onze Jacobert’ is geen huisduif. Voordurend is hij ergens op ‘ontdekking’, zoekt hij inspiratie.

    Jacobert, 65 jaar jong, volgde de opleiding schilderkunst aan de Kunstacademie te Brugge, was leerling op het atelier van Pietro Barès en volgde beeldhouwkunst aan de Academie te Kortrijk.

    Hij is inderdaad een non-conformist die ook in zijn schilderkunst zichzelf is en blijft, steeds op zoek naar nieuwe vormen en thema’s.

    Het hoofdmotief van zijn picturale werk is de basale verbondenheid met de aarde, met het leven, met de vrouw en de dood. Die verbondenheid kan het best worden omschreven als liefde, passie, lyriek. Wat je ook in de beelden van Ann Deman terugvindt.

    Zijn schilderkunst toont kracht en tederheid. Enerzijds schildert hij in vloeiende en suggestieve lijnen subtiele naakten, soms met een symbolische Oosterse benadering. Vandaar dat we zijn werk graag in dialoog zien met de aloude Boedhabeelden.

    Anderzijds brengt hij krachtige abstracte materieschilderijen. Zijn abstract werk balanceert op de grens van het figuratieve en non-figuratieve. Onder de dikke, maar transparante verfvegen en de helle kleuren kan de aandachtige kijker een figuratieve onderlaag waarnemen: een menselijk lichaam, een borst, een bloem…

    Verflagen worden zo bewerkt dat er een weelderige structuur ontstaat, een vibrerende materie, die beweging suggereert. Ondanks de onstuimige stijl, recht uit de pols, is duidelijk zijn technische onderlegdheid en de klassieke scholing merkbaar.

    Zijn bewondering voor Rodin en Henri Matisse, maar vaak ook voor het fauvisme is steeds zichtbaar aanwezig.

     expohores

     

  • Tentoonstelling Tang-dynastie in provinciehuis Antwerpen

     

    De kat in de zak:
    het geheim van de Chinese horoscoop

    Voorspoed of tegenslag, geluk in de liefde of geluk in het spel, succes op het werk of een domper op de feestvreugde… Je kunt het allemaal op een eenvoudige manier te weten komen. Sla een of ander tijdschrift open, blader door tot aan de horoscoop en het staat er allemaal zwart op wit. Dat geldt zo voor onze Westerse horoscoop. Gebaseerd op de stand van de zon in de dierenriem vertelt die je met welke kenmerken je in een bepaalde maand geboren wordt. In China, maar ook in andere Aziatische landen, hanteert men een andere dierenriem. Die is niet gebaseerd op de stand van zon en sterren maar op de oude Chinese tijdrekening, de maankalender, die nog steeds gebruikt wordt voor verjaardagen en feestdagen. Deze tijdrekening is ook de reden waarom het Chinese Nieuwjaar telkens op een andere datum valt.

    De voltallige dierenriem van de Chinese horoscoop

    De Chinese dierenriem bestaat net zoals de Westerse uit twaalf symbolen: de rat, de buffel, de tijger, het konijn, de draak, de slang, het paard, de geit, de aap, de haan, de hond en het varken. In plaats van elke maand wisselen deze tekens zich elk jaar af.

    Om de twaalf jaar wordt er dus een nieuwe reeks ratten geboren. Deze dieren zijn allemaal onderverdeeld in yin of yang, en elke twee jaar verandert het element waarin deze dieren staan: hout, water, metaal, vuur en aarde.

    Dat zorgt ervoor dat er maar eens om de 60 jaar bijvoorbeeld een ‘Water-Rat’ geboren wordt. Met deze belangrijkste elementen wordt rekening gehouden om iemands persoonlijkheidskenmerken te bepalen en zijn lot te berekenen. Chinezen hechten bij belangrijke momenten in het leven nog steeds erg hard aan de horoscoop. Zaken kunnen beïnvloed worden door welk dier er in het huidige jaar domineert en een huwelijk wordt slechts afgesloten als alle kenmerken van het trouwend koppel verenigbaar zijn. Er is uitvoerig beschreven welke dieren goed of minder goed bij elkaar passen of overeenkomen.

    Over de oorsprong van de Chinese dierenriem doen er verschillende verhalen de ronde. In de populairste versie werden alle dieren door Boeddha opgeroepen en stond er een beloning te wachten voor de eersten die aankwamen. De buffel kwam dit als eerste te weten en vertrok meteen. De rat was echter op zijn rug geklommen, en na het oversteken van een rivier had de logge buffel moeite om uit het water te komen. De rat sprong van zijn rug op de grond en won de race naar het keizerlijke paleis. In plaats van het konijn tref je dikwijls ook een kat aan. Fout, want die komt vanuit de Vietnamese horoscoop. Volgens een andere legende had de rat namelijk aan de kat beloofd hem wakker te maken op de dag van de race. Maar de rat wilde maar al te graag winnen en besloot de kat niet te wekken, waardoor deze het niet in de dierenriem gehaald heeft. Een leuke verklaring waarom katten op ratten jagen.

    Vermoedelijk is de dierenriem gebaseerd op de oude Chinese tijdrekening, waar een ingewikkeld systeem werd gebruikt om de jaren te benoemen. Om dit voor het gewone volk duidelijker te maken werden de jaren naar dieren genoemd. Al die eeuwen lang werden de dieren afgebeeld in schilderijen en standbeeldjes. Enkele van die beelden uit de Tang-dynastie zijn binnenkort te bewonderen op de Tangexpo 'Het omhelzen van de maan, spiegel van de Tang-dynastie' in het provinciehuis in Antwerpen.

    Praktische info

    wanneer?
    Van 19 december 2009 tot en met 14 maart 2010, op dinsdag tot en met zondag van 10 uur tot 17 uur.

    Gesloten op 25 en 26 december 2009 en 1 januari 2010

    waar?
    Provinciehuis Antwerpen, Koningin Elisabethlei 22, 2018 Antwerpen

    kostprijs?

    volwassenen € 8

    kinderen onder 12 jaar gratis

    12 jaar tot 25 jaar € 1 - studenten, gehandicapten, 65+ en werklozen € 5

    info: www.tangexpo.be

     dierenriem